Omgaan met woedeaanvallen van je hoogsensitieve kind

Je kind heeft een woedeaanval en het voelt alsof je met je rug tegen de muur staat. Even was er rust en het leek het goed te gaan, maar dan ineens heeft je zoon of dochter weer een uitbarsting. Je kind scheldt, gooit met spullen, gaat slaan of begint te schoppen.

Machteloos

Als ouder voel je je op zo’n moment machteloos. Zeker als dit vaak gebeurt en je aan het einde van je Latijn bent. Je komt in een negatieve spiraal terecht en reageert ook negatief op je kind als er niets aan de hand is. Dit is begrijpelijk, omdat als je moe bent het moeilijk is om positief te blijven. Terwijl je dit wel wil, want diep van binnen weet je dat je zoon of dochter vriendelijk en lief is.

De oorzaak van een woedeaanval bij hoogsensitieve kinderen

Woedeaanvallen kunnen ontstaan als er teveel prikkels binnenkomen en een kind niet in staat is om deze te verwerken. Hoogsensititieve kinderen zijn hier extra gevoelig voor, omdat zij prikkels intensiever verwerken dan anderen. Het ene hoogsensitieve kind trekt zich terug, een andere kind slaat om zich heen.

Uit het niets

Een uitbarsting lijkt soms uit het niets te komen, omdat de overprikkeling tijdens een langere periode kan opbouwen. Dit kan bijvoorbeeld in de klas komen door allerlei geluiden, fel licht, de stemming van de andere kinderen en van de leerkracht. Of thuis door ruzie met een broertje of zusje. Ook een combinatie van een feestje, een belangrijke voetbalwedstrijd en nog een cito-toets op school kan overprikkeling veroorzaken.

Te veel prikkels

Het ene moment heb je een kind dat aardig voor je is en graag met andere kinderen speelt. Het andere moment wordt je kind agressief. Je zoon of dochter heeft dan zoveel prikkels te verwerken gekregen, waardoor een woedeuitbarsting bijna onvermijdelijk is. Het kan om iets kleins gaan en vaak verwacht je het niet op dat moment.

Overprikkeling proberen te voorkomen

Als kinderen vaak overprikkeld zijn, is het belangrijk om grenzen te bepalen voor je kinderen. Kijk of je activiteiten kunt schrappen of dat je met school in gesprek kunt over wat er mogelijk is in de klas. Daarbij helpt een duidelijke planning vaak, zodat kinderen niet worden overvallen omdat ze ineens naar een feestje gaan. En yoga- of mindfulnessoefeningen kunnen helpen om beter om te gaan met prikkels.

De relatie met je kind

Helaas is het niet altijd mogelijk om woedeaanvallen te voorkomen, er zijn omstandigheden die moeilijk te beïnvloeden zijn. Waar je wel invloed hebt als ouder, is op de relatie die je met je kind hebt. Want zou het niet fijn zijn als je weer positief naar je kind kunt kijken? Als je niet de hele tijd je zoon of dochter hoeft te corrigeren? Dit kun je beïnvloeden door de manier waarop je reageert tijdens een woedeaanval en door naar de positieve kanten van je kind te kijken via complimenten.

Wat te doen bij een woedeaanval

Het is niet mogelijk om met je kind te communiceren tijdens een uitbarsting. Door de heftige emotie is je kind niet in staat om te begrijpen wat je zegt. Bij een gevaarlijke situatie haal je je kind hier rustig uit weg. Bijvoorbeeld als een kind een ander kind gaat slaan of als je kind glas breekt. Dit doe je door zo min mogelijk te zeggen. Als je iets wil zeggen zeg dan op rustige toon bijvoorbeeld: ‘Als je weer kalm bent, dan vind ik dat fijn.’

Omgaan met het gedrag

Besteed geen aandacht aan het negatieve gedrag, want alles dat aandacht krijgt dat groeit. Wel is het van belang om na een woedeuitbarsting positieve aandacht aan je kind te geven.

Begrip tonen

In mijn werk heb ik ook te maken met kinderen met woedeuitbarstingen. Ook bij Mia die hard met knuffels naar andere kinderen gooide, omdat ze iets niet wilde doen. Ik heb rustig de knuffels bij haar weggehaald en haar verder gelaten. Toen ze gekalmeerd was, zei ik tegen haar: ‘Ik heb het idee dat je vaak op je kop krijgt en dat je daarom boos bent.’ Dit bleek zo te zijn en ze ontspande zichtbaar door het begrip dat ik toonde. Daarbij gaf ik een compliment. ‘Ik zag dat je de vorige keer een goede tekening gemaakt had. Ik zou het fijn vinden als je dat nu weer wil doen.’ Vaak gaan kinderen hierdoor toch aan de slag met een opdracht waar ze eerder tegenaan schopten. De boosheid is er uit en ze hebben de rust om verder te gaan.

Complimentendagboek

Ik kan me voorstellen dat het lastig is om naar de positieve kanten van je kind te kijken in een periode met veel boosheid. Een complimentendagboek kan hierbij helpen. Hierin schrijf je elke dag drie complimenten, die je ook met je kind deelt. Door de complimenten ga je als vanzelf positiever naar je kind kijken. En vergeet vooral niet om ook een compliment aan jezelf te geven. Hoe goed je je kind steunt of juist hoe goed je even rust hebt genomen door wat voor jezelf te doen.

Hoogsensitieve complimenten

Als je bij het geven van complimenten ook let op de intense belevingswereld van je kind, krijgt hij of zij inzicht in de positieve kanten van hoogsensitief zijn. Voorbeelden van complimenten die bij hoogsentitiviteit passen zijn: ‘Je kan goed voor je broertje zorgen’ of ‘Je kan goed allerlei oplossingen voor een probleem bedenken’. De complimenten helpen je kind om meer zekerheid en zelfvertrouwen te krijgen. Op die manier zal het gedrag van je kind geleidelijk veranderen.

Extra ondersteuning nodig?

Wil je graag extra ondersteuning voor je zoon of dochter om uit de neerwaartse spiraal te komen? Ik kan hem of haar begeleiden om beter met de intense prikkels om te gaan, zodat er meer rust komt in jullie gezin. Neem hierover gerust contact met me op.

Hoogsensitief achter in de klas

In mijn praktijk komen vaak hoogsensitieve kinderen. Als je hoogsensitief bent, betekent dit dat je gevoelig bent voor prikkels en dat je deze op een intense manier verwerkt.

Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor hoogsensitiviteit. Over wat er lastig aan is en ook wat er juist zo goed en fijn aan is, als je weet hoe je ermee om kunt gaan. Daarom wil ik hier de komende tijd een aantal blogs over schrijven. Over herkenbare situaties in het leven van een hoogsensitief kind, thuis of in de klas. Deze blog gaat over emotionele sensitiviteit.

foto jongen in de klas

Vooraan in de klas

Finn zit vooraan in de klas. De leerkracht vindt dat Finn vaak afgeleid is, daarom heeft ze hem vooraan gezet. Hierdoor zal hij minder afgeleid zijn, omdat hij niet meer ziet dat Julia haar staart ronddraait en dat Ezra met zijn voet zit te wiebelen. Hij zal zich zo beter kunnen concentreren. Het helpt helaas niet. Finn zit steeds achterstevoren en bovendien is zijn concentratie is er niet beter op geworden.

Overzicht

Dit komt omdat hij niet alleen ziet wat er gebeurt in de klas, hij voelt dit ook. Hij voelt dat een klasgenootje verdrietig is. Tegelijkertijd merkt hij dat er twee kinderen ruzie hebben, terwijl deze allebei stil op hun stoel zitten. Het is niet direct voor iedereen waarneembaar. Voor Finn wel, maar dan is het belangrijk dat hij overzicht heeft. Omdat hij voor in de klas zit, weet hij niet om welke kinderen het gaat. En dat is lastig, vooral boosheid kan voor Finn als een bedreiging aanvoelen, ook al is dit niet op hem gericht. Dat maakt dat hij zich omdraait, hij wil graag met zijn eigen ogen zien wie er boos is. Dan voelt hij zich veiliger.

Ruimte vol mensen

Zelf heb ik dit ook. Pasgeleden heb ik twee informatie-avonden gehad. Bij mijn dochter op het VO en bij mijn zoon op de basisschool. Op zo’n avond krijg je belangrijke informatie voor je kind, dus wil ik dat goed in me opnemen. Jarenlange ervaring en aanpassing maakt dat dat lukt.

Toch blijft het lastig om in een volle ruimte te zitten. Door de intense verwerking van emotionele prikkels, ben ik dan in een continue staat van alertheid. Als een konijntje in het bos, waar vossenogen achter elke struik blinken. Dit heb ik vooral met de mensen die achter me zitten, terwijl ik deze mensen niet ken en zij ook aan het luisteren zijn naar de informatie en niet op mij letten.

Dan overvalt me een onbestemd gevoel, ook al weet ik rationeel wat er gebeurt, toch kom ik doodmoe thuis van zo’n avond.

Ik begrijp het en toch…

Ik heb me de afgelopen jaren grondig verdiept in hoogsensitiviteit. Op het moment dat ik in de klas van mijn kinderen zit (of in een bioscoop, congreszaal of volle tram…) begrijp ik wat er gebeurt. Dat scheelt veel. Ik weet hierdoor dat het de sfeer is die ik oppik en dat het niet allemaal mijn eigen gevoelens zijn. Daardoor kan ik het daarna beter van me afzetten. Als kind wist ik dat niet. En Finn ook niet. Hij begrijpt niet wat hij allemaal voelt en weet daardoor ook niet welke gevoelens van hemzelf zijn en welke van iemand anders. Misschien heeft hij het idee dat hij zelf verdrietig is, terwijl Emma, die achter hem zit, verdrietig is omdat haar oma ziek is. Hij raakt in de war omdat hij net thuis vrolijk aan het ravotten was met zijn broertje en nu bijna moet huilen.

Achterin en oefenen met filteren

Voor Finn kan het helpen om achter in de klas te zitten. Zo kan hij alles overzien en zijn gevoel matchen met wat hij ziet. Ook is het belangrijk dat hij weet hoe het bij hem werkt. Dat hij geen filter heeft in het informatieverwerkingssysteem in de hersenen (Elke van Hoof) en dat het bij hem vooral om het verwerken van emoties gaat. Dat de meeste andere kinderen wel zo’n filter hebben. Het is belangrijk om op een bij de leeftijd passende manier uit te leggen hoe het werkt in hoofd en lijf. Verder is het daarbij goed om te zoeken naar manieren om je als kind op bepaalde momenten goed af te kunnen sluiten in de klas. Hierover volgt een andere blog!

De voordelen van de eigenschap van Finn

Op een dag kwam er een nieuw meisje in de klas, Anna. Finn zit intussen al een paar weken achteraan in de klas en voelt zich beter op z’n gemak. Met het gevolg dat zijn schoolwerk de laatste tijd verbeterd is. Het nieuwe meisje zit stijf rechtop op haar stoel en haar stem bibbert een beetje als de juf vraagt of ze haar naam wil zeggen. Finn springt van zijn stoel en loopt voorzichtig met zijn lievelingspotlood naar haar toe. Met het gevolg dat de juf Finn wil waarschuwen dat hij op zijn stoel moet blijven zitten. Voordat ze dat doet, ziet ze Anna ontspannen glimlachen. ‘Misschien wil je je naam op een blaadje schrijven,’ vraagt Finn. Het bleek dat Finn aanvoelde wat Anna nodig had, en hij reageerde instinctief. De juf laat ze die dag samen werken en Anna is snel gewend in de klas.

Janneke Luijkx is creatieve kindercoach en schrijfdocente. Zij begeleidt hoogsensitieve kinderen in haar praktijk in Wateringen of op de school van een kind.

Vanwege privacy redenen zijn de namen in deze blog gefingeerd.

Klei maken om te ontprikkelen

Zijn je kinderen druk of juist teruggetrokken na een aantal intensieve dagen in de vakantie? Als zij gevoelig zijn voor prikkels, is dit begrijpelijk en is het goed om de balans weer te zoeken. Een goede vulling voor een balansdag is dan om zelf klei te maken. En daar kun je dan weer ijsjes van maken (onderaan deze blog vind je de link naar het recept met ingrediënten als bloem en zout).

Dit is een fijne afwisseling na een dagje uit, waarbij je kind de kleurrijke ervaringen opgezogen heeft of na een drukke dag bij de BSO. Even een middag bewust de handen gebruiken om te ontprikkelen.

Mijn eigen kinderen vinden dit ook fijn, onze keuken is vaak een slagveld vol kommen, lepels, bloem en potjes kleurstof. Ik vind het zelf ook gezellig. Lekker creatief bezig zijn, het gevoel van de klei en een beetje kletsen. Toen ik me wilde voorbereiden op een Leer, denk en doe!-plusklas, waarbij we ook ijsjes gingen maken, hielpen ze me met alle plezier.

Creatief met klei

Klei maken heeft verschillende voordelen. Het stimuleert de creativiteit, zowel het maken als het spelen ermee. Het is goed voor de concentratie en het zorgt voor ontprikkeling. Mijn zoon was vooral creatief met het bedenken van verschillende soorten klei-ijs. We hadden de voedingskleurstoffen al gebruikt, dus wat konden we nog meer gebruiken? Met glimmende ogen schepte hij even later cacaopoeder in de bak om chocolade klei-ijs te maken. Daarna werd de kruidenla geïnspecteerd om er het potje Kurkuma uit te halen. Ziezo, dat is goed mangoijs.

Tijdens het spelen kun je verschillende bolletjes ijs maken en natuurlijk kun je ook andere vormen maken. We hadden een vorm voor ijsblokjes met ananasjes, heel schattige kleiblokjes krijg je dan.

voorbeeld van klei-ijsje

Goed voor de concentratie

Verder is klei maken een precies werkje, dus het is goed voor de concentratie. Te veel water en je hebt een plakkerig goedje, te weinig en het brokkelt uit elkaar. Dus eerst goed afmeten en daarna nog experimenteren met een extra snufje bloem of een paar druppels water. Uiteindelijk een grote glimlach op de gezichten als de klei perfect aanvoelt!

Tot jezelf komen

En dit gevoel is goed voor de sensomotorische integratie van je kind. Dit is het verband tussen wat mensen waarnemen met verschillende zintuigen en hoe ze daar met bewegingen op reageren.

Het gebruik van de tastzintuigen is goed voor je kind. De zintuigprikkels helpen hem of haar om de aandacht te houden bij de dingen die hij of zij aan het doen is. Als je zoon of dochter overprikkeld is, zijn er meer prikkels binnengekomen dan dat je kind kan verwerken. Vaak wordt gedacht aan negatieve prikkels. Ook positieve ervaringen kunnen, bij bijvoorbeeld kinderen die hoogsensitief zijn, leiden tot overprikkeling. Overprikkeling is dan misschien niet het goede woord, omdat het intensief ervaren van leuke activiteiten geweldig kan zijn. Het is daarna belangrijk om de balans te zoeken en naar binnen te keren. En daar is zo’n klei-middag goed voor.

Om de klei de goede structuur te laten krijgen, ga je er als vanzelf stevig met je handen mee kneden. Daardoor verplaats je steeds de druk tussen je vingers en je handpalm.

Druk verplaatsen is een belangrijke activiteit om de verwerking van prikkels mogelijk te maken. Door met de klei te spelen en dus druk te geven is het gemakkelijker voor je kind om zijn of haar aandacht ergens op te richten. De druk geeft een gevoel van steun, hierdoor blijft je aandacht bij jezelf en gaat het minder naar wat er om je heen gebeurt.

En zo komt je kind door het maken van klei-ijsjes weer in balans!

Recept

Ik vond een goed recept voor het maken van klei op jufbianca.nl. Met kleine kinderen is het het handigst om water te koken en toe te voegen aan het bloem-zoutmengsel. Het is niet erg als het water al afgekoeld is, dat is wel zo veilig.

Veel plezier!

Ik probeer het gewoon

Het begin van de vakantie is vaak een moment waarop je terugkijkt naar het afgelopen schooljaar. Vol trots op wat je kind heeft bereikt, met sport, op school of omdat je kind iets heeft overwonnen.

Zo heb ik net met trots het filmpje nog eens bekeken dat de juf van mijn zoon heeft gemaakt van het afgelopen schooljaar in groep 7. Geweldig filmpje, de kinderen zijn actief en het plezier spat van het scherm af.

Ook zit er een stukje bij van een dansvoorstelling die de groepen 7 gaven. Wij als ouders mochten komen kijken en mijn zoon vond het superspannend. Hij houdt er niet zo van als iedereen naar hem kijkt.

Wat was het een gave voorstelling om naar te kijken. Er stond daar een samenhangende, swingende groep die uitbundig danste. Soms wisten kinderen niet waar ze moesten staan, dan hielpen ze elkaar met knikjes. En wat ik het mooiste vond: je kon zien dat ze ontzettend veel lol hadden! Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

Deze groep 7 deed het maar gewoon. Zij durfden vol overgave te dansen, terwijl een aantal van hen dat niet vaak gedaan had en misschien stiekem van te voren dacht ‘dat kan ik niet’.

Ik kan dat niet

Want hoe vaak hoor ik niet van kinderen in mijn praktijk ‘ik kan dat niet‘, ‘ik kan niet tekenen, dansen, schrijven of …. ‘ vul maar in. En dat maakt me verdrietig. Soms ook een beetje boos. Ik zeg tegen kinderen dat ik dat zinnetje ‘ik kan het niet’ niet wil horen. Dat ‘ik ga het proberen’ een betere zin is. Sommige kinderen pakken dit snel op, anderen schrikken ervan als ik quasi boos doe. Het helpt dan als ik zelf ook fouten maak (niet eens expres hoor, ik ben soms nogal onhandig en écht altijd mijn telefoon en sleutels kwijt :)). Vooral het toegeven dat ik een foutje maakte, vinden kinderen vaak fijn.

‘Jij moet nog veel leren’, ‘dit zijn nu eenmaal de regels’, ‘dat lukt je nooit’, zijn zinnen die kinderen in hun omgeving horen. En dat is nu net waarom ze niet durven, waardoor dat zinnetje ‘ik kan het niet’ in hun hoofd blijft plakken.

Ik probeer het gewoon!

En daarom gun ik ieder kind om te gaan dansen, ook al weet je de passen niet. Om de eerste stap te zetten in het omdenken, te denken ‘ik probeer het gewoon’. Want na die eerste stap wordt het alleen maar makkelijker.

Zelfvertrouwen van je kind vergroten door te tekenen

‘Mama, kijk eens wat ik heb getekend,’ roept Rosa als ze de klas uitkomt. Bewonderend bekijkt de moeder de tekening. Ze is trots op haar dochter. Door te tekenen kun je als kind je creativiteit ontwikkelen. Dat is in mijn ogen heel belangrijk. En tekenen is meer dan dat. Met tekenen kunnen kinderen hun gevoelens uiten. Je kunt het zelfvertrouwen vergroten van je kind, door te communiceren via tekeningen.

Begeleiden met tekeningen

Als ik kinderen begeleid bij het vergroten van hun zelfvertrouwen, dan laat ik hen vaak tekenen.
Dit geeft mij aanvullende informatie die ouders, kinderen of school mij geven aan het begin van een coachingstraject. Ook jij als ouder kunt via tekeningen communiceren met je kind.

Tekeningen vertellen veel over hoe je kind zich voelt. Je zoon of dochter kan via een tekening een signaal afgeven dat er iets speelt.

Ook kan begeleiding tijdens het tekenen het zelfvertrouwen vergroten van je kind. Zo laat ik gespannen kinderen met rustgevende materialen werken. Zij ontspannen zichtbaar door gebruik van materialen als pastelkrijt of waterverf. Door kinderen op een bepaalde manier te laten tekenen, worden hun emoties op een positieve manier beïnvloed.

In deze blog wil ik je meer vertellen over zowel het lezen van signalen in tekeningen als de begeleiding tijdens het tekenen.

Signalen in kindertekeningen

Bij een intakegesprek geven ouders aan wat er speelt bij hun kind. Een kind kan gespannen zijn, moeite hebben met de omgang met andere kinderen of gedrag vertonen dat niet past bij de leeftijd van het kind. Als ouder heb je vaak goed inzicht in wat de oorzaken zijn. ‘De spanning ontstaat door de toetsen op school‘ of ‘Mijn kind gedraagt zich kinderlijk in het spel met leeftijdgenoten, hij vindt daardoor geen aansluiting’. Ook kunnen kinderen zelf goed aangeven wat hen dwarszit.

Als het niet zo duidelijk is

Er zijn echter ook kinderen die moeite hebben om te vertellen wat er aan de hand is. Of er zijn vragen van ouders of van een leerkracht over onverklaarbaar gedrag. Zoals woedeaanvallen die zonder reden lijken te ontstaan, of juist een kind dat onzeker is en waar geen duidelijke oorzaak voor aan te wijzen is.

Dan komen tekeningen van pas. Kinderen communiceren via tekeningen en kunnen daar signalen in aangeven.

Tekenen en ontwikkeling

Op verschillende leeftijden tekenen kinderen op een bepaalde manier. Over de hele wereld en in verschillende culturen worden dezelfde soorten kindertekeningen gemaakt. Het herkennen van betekenis in tekeningen is gebaseerd op de analytische psychologie van Carl Gustav Jung en de inzichten van Erich Neumann. In combinatie met ideeën van modernere ontwikkelingspsychologen als Margareth Mahler, Erik H. Erikson en Piaget is het mogelijk om tekeningen te lezen. Van ongeveer de leeftijd van 4 tot 12 jaar laten kinderen belangrijke ontwikkelingen zien in hun tekeningen. Wil je hier meer over weten, kijk dan bij De Waterjuffer of bij Theresa Foks-Appelman.

Een kind geeft een signaal als hij of zij afwijkend tekent dan dat wat een kind met een gezonde, normale ontwikkeling tekent. Zo’n signaal geeft aan dat kinderen zich niet geaccepteerd voelen, of zichzelf niet goed genoeg vinden. Het serieus nemen van dit signaal en de juiste begeleiding, kan het zelfvertrouwen vergroten van je kind.

Een voorbeeld uit de praktijk

De tekening hieronder is gemaakt door Sara van 11 jaar. Deze tekening had ook gemaakt kunnen worden door een meisje van 6. Dit geeft aan dat de manier van tekenen niet past bij haar leeftijd. De fijne motoriek van Sara is niet voldoende ontwikkeld en zij laat jonger gedrag zien dan haar leeftijdsgenoten. Verder valt op dat zij een aantal lichaamsonderdelen niet getekend heeft. Van een meisje van haar leeftijd kun je dit wel verwachten. Zij tekent bijvoorbeeld geen nek en ook geen voeten. Dit kan duiden op dat zij weinig wilskracht heeft (niet tekenen van de nek) en onevenwichtig is (geen voeten). En zo zijn er nog andere signalen te halen uit deze tekening. In het boek Kinderen geven tekens (Theresa Foks-Appelman) staat een duidelijk overzicht van details in een menstekening.

Ik schrijf bewust dat het mogelijk zo is, ik vind het belangrijk om of bij het kind of bij ouders na te gaan of dit klopt. Vaak roept het herkenning op en zijn ouders blij met de informatie die ik hen geef.

Tekenen als werkvorm voor het vergroten van zelfvertrouwen

Sara heb ik begeleid met als doel steviger met beide benen op de grond te staan en haar bewuster te maken van haar lichaam. Zij heeft een combinatie van teken- en bewegingsoefeningen gedaan en ik heb gesprekken met haar gehad, vaak over een verhaal met een boodschap. Na een aantal keer gaat het al veel beter met haar.

Een oefening die goed helpt om te aarden is om met twee handen tegelijkertijd van boven naar beneden te tekenen. Kinderen vinden dit extra leuk om te doen op het vintage schoolbord in mijn praktijk.

Zelfvertrouwen vergroten door strepen van boven naar beneden te tekenen op het schoolbord.

Rust voor je kinderen

Als je kinderen druk zijn en zij wel wat rust kunnen gebruiken, dan kun je deze oefening met je kinderen doen. Als je geen krijtbord hebt kun je een groot vel papier op een deur hangen en met wascokrijt de strepen van boven naar beneden maken. Je kind haalt aan de onderkant de krijtjes van het bord of papier en zet ze weer bovenaan om de beweging naar beneden te herhalen. Je kind krijgt hierdoor meer besef van zijn of haar lijf. Door deze oefening zal het zelfvertrouwen vergroten van je kind.

Teken het tegenovergestelde

Een andere manier om kinderen te begeleiden meer zelfvertrouwen te krijgen is om ze op een tegenovergestelde manier te tekenen dan dat ze tekenen.
Als een kind een tekening maakt met dunne zachte lijnen, kan dit betekenen dat hij of zij onzeker is. Dan kan het helpen om hoekige figuren te tekenen met stevige lijnen. Door hardere lijnen te tekenen, leert dit kind zich krachtig te uiten. Het is belangrijk dat een kind dit in een nieuwe tekening doet, je kind hoeft een gemaakte tekening niet te verbeteren!

Krassen!

Ook krassen werkt heel fijn. Vaak kijken kinderen me vreemd aan als ik zeg dat ze mogen krassen. Kinderen die me nog niet zo goed kennen, kijken zelfs wantrouwend. Pasgeleden gaf ik schrijfdans op een school aan een groepje kleuters. Een jongen was nogal boos en wilde niet meedoen met de oefening. Ik zei tegen hem dat het fijn voor hem kon zijn om het blad vol te krassen. ‘Dat doe ik niet, ik moet mooi tekenen,’ zei hij. Ik ben met de andere kinderen verder gegaan met de oefening. Toen ik weer bij de jongen keek had hij zijn hele blad volgekrast. Zo goed!

Hij kreeg een dikke duim van mij en er verscheen een smile op zijn gezicht. Dat zijn momenten dat ik weet dat er op een positieve manier iets veranderd bij een kind.

Referenties

T. Foks-Appelman, Kinderen geven tekens (2004). Eburon J. de Lange, Wat kindertekeningen vertellen. De Waterjuffer.

NB. I.v.m privacy zijn de namen van de kinderen gefingeerd en is de casus globaal beschreven.